Nog iets van tien dagen en dan is het zover… dan stap ik in de auto en rijd naar de Alp. Daar is het allemaal mee begonnen. Ik wilde iets sterker worden zodat ik makkelijker naar boven zou fietsen. Met een beeld van de profs in mijn hoofd ben ik begonnen aan de training die bestond uit uren maken, over heuveltjes fietsen, tegen de wind in stoempen en natuurlijk de krachttraining. Ik moet toegeven dat ik de illusie heb gehad dat ik door te trainen zingend een heuvel over zou gaan fietsen, dat ik binnen no time een bergje op zou gaan in dat mooie dansende ritme van Alberto Contador. Dat is dus niet zo, ik ben door die paar oefeningen niet een soort hulk geworden, superwoman zit strakker in haar vel en het prof peleton zal doorrijden daar waar ik stil val. Ik maak me best wel zorgen over de Alp, ben ik wel sterk genoeg? Heb ik wel genoeg gedaan? Red ik het wel, of haak ik bij bocht vier al af? Ben ik er wel aan toe?

Het is begrijpelijk dat ik angstig ben, allereerst zit ik zo inelkaar en ten tweede ga ik iets doen wat ik nog nooit heb gedaan en waar ik nu al maanden naartoe werk. Het liefst zou ik mijn angst nu kei maar dan ook keihard weg willen trainen, zodat ik het gevoel heb controle over de situatie te hebben. Maar ik weet al dat wat ik ook doe: de ervaring op de Alp is een nieuwe en geen enkel viaduct of heuvelrugje hier in de lage landen kan die simuleren. Wat meer nut heeft is om mijn focus te pakken en eerlijk naar mijn kwaliteiten als poldertrapster te gaan kijken. Heb ik vorderingen gemaakt? Ben ik gegroeid? Heb ik mijn best gedaan?

Doordat ik ’s morgens tijdens het wachten op mijn koffie aan het “planken” ben, heb ik tegenwoordig het gevoel dat als ik ga staan op de pedalen ik mijn spieren beter gebruik, dat ik minder mijn rug op de verkeerde manier inzet. Door de squats die ik na de koffie in mijn pyjamabroek sta te doen, kan ik met tegenwind – als ik denk dat het nu echt genoeg is – nog een tijdje wat feller doortrappen door mijn spieren op een andere manier in de trapbeweging te gebruiken. De oefening die Guido, de sportarts suggereerde heeft ervoor gezorgd dat ik een heuveltje op rijd en niet zo schrik van het gevoel in mijn benen en gewoon doortrap. “Ooit komt er een eind aan, dus blijf maar trappen” vertel ik mezelf dan; ik ken mijn spieren inmiddels wat beter en wat pijn en vermoeidheid in de benen is geen teken dat ik moet stoppen. Het meest opvallende is nog wel dat er meer power in mijn trapbeweging kan zitten, dat ik tegenwoordig de keuze heb en als het nodig is heel veel kracht op de pedalen kan zetten.

Nu ben ik hieraan begonnen om mezelf klaar te stomen voor de Alp en het is eindelijk zover. Ga ik door met krachttraining? Vind ik het zodanig bijdragen aan het geheel dat ik het wil meenemen in mijn vaste training? Ik denk het wel. In augustus is er het NK journalisten, mijn tweede doel en komende winter lijkt het me mooi om echt wat dieper in de krachttraining te duiken en met meer regelmaat oefeningen op de Tacx te gaan doen. Door dit “experiment” ben ik anders tegen krachttraining gaan kijken. Wat de Alp betreft: ik weet zeker dat ik royaal stuk loop, dat ik diep zal gaan, dat het zwaar voor me gaat zijn, maar ook hartstikke leuk en spannend. Ik zit een week in Frankrijk in een gebied waar ik nog nooit ben geweest. Ik zit daar met fietsers en mijn grote vriend, de fiets, gaat mee.

En wat betreft de krachttraining voor de komende periode… ik heb meer structuur nodig. Het is immers nog steeds iets wat ik doe in de verloren momentjes. Daarvoor ga ik hier op de site maar eens zo’n trainingsschema aanvragen. En nu, nu ga ik een paar rustige ritjes maken en dan is het tijd om naar Frankrijk te gaan…

Klik hier om alle columns van Rose nogmaals door te lezen!

Meer weten over Rose? Volg haar op Twitter , en beleef alles live mee!