Laatste Update: door

Kracht- en conditietrainer Scott Dickinson draagt de verantwoordelijkheid voor verschillende niveaus en onderdelen binnen de organisatie van het NOC-NSF. “Ten eerste draag ik de verantwoording voor de krachttraining voor zwemmers en baanwielrenners. Daarnaast coördineer ik het aanbod van krachtprogramma’s voor het NOC-NSF. Hierin ondersteun ik niet alleen topsporters en hun trainers, maar ook talent- en amateursportprogramma’s. Daarnaast lever ik een bijdrage aan de kennisbank van kracht- en conditietraining binnen het NOC-NSF, onderdeel daarvan is het onderwijzen en trainen van coaches binnen dit systeem. Tenslotte ben ik ook op management niveau verantwoordelijk voor de service en het aanbod van kracht- en conditietraining voor verschillende programma’s.”

Hoe ziet een doorsnee werkweek eruit?
Maandag/ Woensdag/ Vrijdag
5.30/6.00 Opstaan
7.00 Reizen en trainen (kracht en cardio)
9.00 Trainingsessies Zwemmers in Eindhoven
12.00 Reizen
13.00 – 15.00 Lunch/ vergaderingen / kantoorwerk
15.00 Trainingsessie Baanwielrenners Papendal
17.00-18.00 Evalueren / kantoorwerk
18.00 Einde werktijd

Dinsdag / Donderdag
De ochtend is gevuld met trainingen, verder zijn dit vooral bureaudagen. Daarnaast zijn er altijd verschillende vergaderingen en reis ik naar diverse trainingcentra om te praten met coaches en begeleiders. Daarnaast evalueer ik individuele sessies en programma’s met topsporters.

In hoeverre beïnvloed krachttraining het succes van een atleet?
Een sterk kracht- en conditieprogramma kan enorme voordelen opleveren voor atleten in hun tak van sport. Daartegenover staat dat een slecht opgezet programma een grote negatieve impact heeft op de maximale prestatie van atleten, en ook nog eens blessures tot gevolg kan hebben. In een omgeving waar atleten altijd zoeken naar ieder (legaal) mogelijkheden om beter te presteren, is een sterk onderbouwd en goed uitgevoerd kracht- en weerstandprogramma onmisbaar. Het vormt de basis waardop atleten fysieke vaardigheden ontwikkelen om technisch en tactisch optimaal te presteren in hun sport of discipline. Krachttraining vergroot dus het vermogen van een atleet om de benodigde kracht, snelheid, power, uithoudingsvermogen en stabiliteit te leveren die nodig is tijdens inspanningen op topniveau. Daarnaast raken atleten door effectieve krachttraining beter bestand tegen blessures. Ook verkorten ze door krachttraining de hersteltijd van een opgelopen blessure.

Hoe belangrijk is krachttraining in relatie tot de hoofdsport van een atleet?
Vanzelfsprekend zijn er sporten en disciplines waarin het effect van krachttraining een direct resultaat oplevert in de vorm van prestatie: het uiteindelijke succes of juist falen van een atleet om een topprestatie te leveren. Bij sporten zoals atletiek, baanwielrennen en roeien laat de vooruitgang in kracht, snelheid en power door krachttraining een sterk en vrij direct verband zien met de prestaties. Bij teamsporten ligt dit anders, omdat individuele prestaties gerelateerd aan krachttraining een minder groot direct effect hebben op het eindresultaat. Bij teamsporten zijn vaardigheden, tactieken en spelbewustzijn grote factoren die door krachttraining nauwelijks te beïnvloeden zijn. Door toch een krachttrainingsprogramma uit te voeren kunnen teamsporters echter wel degelijk winnen: zij kunnen zich vaker op de optimale positie handhaven en zij kunnen individuele aspecten van het spel verbeteren doordat zij beschikken meer kracht en explosiviteit. Daarnaast ontwikkelen teamsporters zich door krachttraining beter en sneller dan tegenstanders op het gebied van kracht en snelheid, waardoor er meer 1-1 duels gewonnen worden. In sporten waarbij snelheid en kracht minder belangrijk is speelt vooral de door krachttraining opgebouwde stabiliteit een belangrijke rol om beter te presteren. Daarom is krachttraining een belangrijk aspect van vele, zo niet alle sporten.

Visie
Krachttraining bij jonge atleten
Ik geloof sterk in het “Long Term Athlete Development Pathway”, opgesteld door Bayli, en praktisch toegepast door onder andere Vern Gambetta, Kelvin Giles en anderen. Het komt erop neer dat de activiteiten en inspanningen van jonge atleten moeten worden afgesteld op hun fysieke en chronologische leeftijd. Daarbij ben ik ook van mening dat er bepaalde essentiële momenten / windows zijn waarin kracht, snelheid en uithoudingsvermogen kunnen worden geoptimaliseerd. Mis je deze momenten, dan is het een stuk lastiger om deze kwaliteiten ooit nog te behalen. Zodra kinderen beginnen met het ontplooien van sportieve activiteiten, of dat nu georganiseerd is of gewoon buiten op het plein, zijn ze al bezig met een vorm van weerstandstraining. Kinderen rennen, huppelen, springen, duwen en trekken de hele dag tijdens het spelen. Weerstandstraining komt dan simpelweg neer op trainen met weerstand, of dat nu het eigen lichaamsgewicht is of externe middelen zijn. Daarom gaat het argument dat atleten per definitie aan kracht- en weerstandstraining moeten doen voor mij niet op. Er moet rekening worden gehouden met de fysieke, chronologische en trainingsleeftijd van de atleet. Het type training, maar ook trainingsvolume en vormen van trainen moeten passen bij de individuele situatie van de atleet in kwestie.

De ontwikkeling van een atleet
Krachttraining kent vele verschillende benaderingen en ideologieën. Er zijn vele verschillende stromingen en trainingsystemen die allen worden aangeraden door verschillende experts. Daarnaast zijn er vele voorbeelden van verschillende programma’s die leiden tot internationaal succes. Daarom geloof ik er niet in dat er slechts één manier, één systeem is om de gewenste resultaten te behalen. Er zal altijd discussie blijven bestaan tussen beoefenaars als het gaat om selecteren van oefeningen, vaststellen van het aantal herhalingen en sets en zelfs over het ontwikkelde model van periodisering blijft de discussie aanhouden. Krachttrainers moeten daarom zo goed mogelijk worden begeleid in het analyseren van de verschillende systemen, stromingen en trainingsmethoden om het atletisch potentieel volledig te benutten. Het is cruciaal dat zij zich dusdanig ontwikkelen dat ze deze kennis kunnen toepassen op de sporters waarmee zij werken. Iedere sport heeft zijn eigen specifieke en unieke fysieke eisen, en iedere atleet heeft unieke genetische en fysiologische kenmerken. Iedere atleet reageert daardoor anders op trainingstimulus. Toch geloof ik dat er enkele kernelementen moeten zitten in ieder trainingsprogramma:

1- Vóór het starten van het programma moet het competentie niveau van een atleet worden vastgesteld. Hierin staat bijvoorbeeld het standaard atletisch bewegingspatroon van de betreffende sport, en hoe kunnen blessures worden vermeden of verminderd.

2- Deze functionele competenties moeten zo snel mogelijk worden vastgesteld, om de atleet de mogelijkheid te geven om in te zien waar er verbeterd moet worden. Door vast te stellen hoeveel er verbeterd moet worden in bijvoorbeeld snelheid, kracht en uithoudingsvermogen wordt het programma beter uitvoerbaar.Inderdaad – basis stabilisatie oefeningen moeten worden ingepast, maar behoren niet leidend te zijn in het kracht- en conditieprogramma. Atleten moeten in staat zijn om deze basiscompetenties toe te passen in de dynamische en atletische eisen waar hun tak van sport om vraagt. Deze oefeningen moeten daarom voornamelijk de intentie hebben om te garanderen dat atleten hun lichaam onder controle hebben, op de specifieke punten waar hun sport om vraagt. Atleten moeten worden getraind naar het punt waarop zij in staat zijn om hun lichaam te stabiliseren in een dynamische positie én op de juiste manier, zodat ze hun sport optimaal kunnen beoefenen.

3- Er moet een heldere visie zijn over de voorwaarden die nodig zijn om succes te behalen in de sport van de betreffende atleet. Ieder programma moet een specifiek doel hebben, en uiteindelijk moet dit programma ervoor zorgen dat de atleet de grootste kans heeft op succes.

4- De gehele kinetische keten moet worden geïntegreerd in oefeningen waar dat kan. Het gebeurt zelden dat specifieke vaardigheden bestaan uit slechts één eenvoudige beweging is van een gewricht. De vaardigheden vereisen vrijwel altijd twee of meer gewrichten en bewegingen in een bepaalde volgorde. Dat betekent dat complexe oefeningen (meervoudige gewrichten) een overgrote meerderheid moeten vormen van het trainingsprogramma. Sterker nog, het komt zeer zelden voor dat ik een oefening voorschrijf waarin slechts één gewricht actief is, tenzij het gaat om specifieke overbelasting- of hersteldoeleinden.

Het belang van een gebalanceerd trainingsschema
Ieder onderdeel van een trainingsprogramma, maar ook van het leven van een atleet heeft invloed op het aanpassingsvermogen van atleten op trainingen, en op prestaties tijdens latere trainingen en wedstrijden. Het is daarom essentieel dat het kracht- en conditieprogramma is geïntegreerd met de specifieke vaardigheden die een sport vereist. Dit betekent echter niet dat kracht- en conditieprogramma’s gelimiteerd moeten zijn aan het gebied of de specifieke vaardigheden van de sport. Kracht- en conditietraining is eerder een onderdeel van de vele prestatie gerelateerde factoren waarop atleten zich richten. Het is essentieel dat al deze factoren worden gezien als onderdeel van het programma, en niet als op zichzelf staande elementen.

De reden hiervoor is dat ieder aspect van voorbereiding een trainingseffect heeft, en energie kost. Als al deze (soms conflicterende) doelen worden behandeld als aparte elementen loop je grote risico’s, zoals bijvoorbeeld overtraining, een zwakker immuun systeem, geen optimale prestaties en daarnaast lopen atleten het risico op een burn out of verlies van geloof in het programma. Als kracht- en conditie-experts mogen we daarom nooit het zicht verliezen op het feit dat we onderdeel zijn van een totaalprogramma, en niet het programma zijn. Daarom geloof ik er ook in dat sommige coaches zich moeten realiseren dat kracht- en conditieprogramma’s onschatbare mogelijkheden bieden aan atleten om hun sportspecifieke vaardigheden te verbeteren, blessuregevoeligheid te verminderen en om fysieke aspecten van hun sport beter vol te houden en beter presteren dan opponenten.

Bruikbare tips voor mensen die voor zichzelf trainen
Zorg dat je op de hoogte bent, lees onderzoeken om op de hoogte te blijven.
Start op een passend niveau, vooral niet te hoog.
Zorg voor een systematisch benadering naar je training
Controleer en evalueer je training, zodat je begrijpt hoe jouw lichaam reageert op verschillende trainingstimuli.
Er is geen vervanger voor hard werken – “Wat je erin stopt, is wat je eruit krijgt”!







gespierde god

Word Een Gespierde God Binnen 8 Weken

Tip! Glenn Goossens heeft een revolutionaire methode ontwikkeld die zorgt voor:
  • Explosieve spiergroei
  • Het drastisch verlagen van je vetpercentage
  • Zeer snel resultaat
Klik op de link hieronder en krijg het lichaam dat je altijd al had willen hebben.

Gespierde God Risicovrij Uitproberen (100% niet goed, geld terug!)