Frisch, Fromm, Fröhlich, Frei.

Het ontstaan van moderne gymnastiek in Duitsland

Friedrich Ludwig Jahn

By Stadt Lenzen – own scan, Public Domain, Link

De aartsvader van de moderne gymnastiek in Duitsland was Friedrich Ludwig Jahn (1778-1852). In het begin van de negentiende eeuw was Jahn een onbelangrijke onderwijzer aan een gymnasium in Berlijn. Daarnaast was hij ook nationalist en schrijver; zijn eerste boeken gingen over het Deutsches Volksthum. Het waren echter harde tijden voor nationalisten in Duitsland. Vanaf het begin van de Franse Revolutie (1789) tot aan de slag bij Waterloo (1815) verkeerde Europa in een continue staat van oorlog, en onder de bezielende leiding van Napoleon leken de Franse legers lange tijd onverslaanbaar. Het absolute diepte punt (voor de Duitsers dan) waren de veldslagen bij Jena en Auerstedt in november 1806. De Duitse staten werden daarin zo volledig verslagen, dat Napoleon en tsaar Alexander in 1807 Duitsland konden verdelen zonder rekening te hoeven houden met de Duitsers (het verdrag van Tilsit).

Turnverein

Dat was natuurlijk zeer zuur voor iemand zoals Jahn en daarom richten hij samen met een paar vrienden in 1811 de Turnverein op. De Turnverein was geen turnvereniging in de huidige betekenis van het woord. Het was een nationalistische beweging met als doel de jeugd weerbaar maken voor de volgende oorlog. Dat gebeurde net buiten Berlijn, op de Hasenheide. De jongeren leerden met wapens omgaan, marcheren, kamperen, boksen, worstelen en sluipen. Daarnaast werden ook minder militaire sporten gedaan (onder andere hardlopen, verspringen, hoogspringen, diepspringen, speerwerpen, touwtrekken en zwemmen) om de jongeren fitter te maken. Dat was op zich niet zo bijzonder, in het door oorlog verscheurde Europa had je overal organisatie die dat deden. Wat de Turnverein bijzonder maakte was dat Jahn naast de bekende sporten ook een hele hoop nieuwe oefeningen en apparaten heeft verzonnen.

Zo is Jahn de uitvinder van de bok, het paard, de brug, de rekstok en de evenwichtsbalk. Voor deze apparaten heeft hij ook talloze oefeningen bedacht. Hij wordt daarom terecht gezien als de grondlegger van het moderne turnen, in welke hoedanigheid hij nu bij de meeste mensen bekend is. Ook is dat de reden dat het moderne turnen de naam turnen van de Turnverein heeft overgenomen, ondanks dat het om veel meer dan alleen turnen ging.

Fitness

Ook op het gebied van fitness was Jahn erg vernieuwend. Alleen heeft fitnes zich daarna nog verder ontwikkeld, zodat de oefeningen van Jahn hier veel primitiever en minder herkenbaar over komen dan bij turnen. Jahn liet bijvoorbeeld touwen in bomen ophangen. Hiermee werden rug en biceps oefeningen gedaan. Ook werd er al met gewichten gewerkt. Voor de borst, de schouders en de armspieren werd er gebruik gemaakt van kanonskogels die voorzien waren van handvaten. Hierdoor ontstonden er al een soort primitieven dumbels. Voor een meer algehele lichamelijke trainingen werden nog zwaardere lasten gedragen, zoals zandzakken, tonnen en medeleerlingen.

De Turnverein was een groot succes. Jahn kreeg veel leerlingen. Toen de Duitsers in 1813 weer in conflict kwamen met Napoleon gingen die massaal het leger in en na twee harde jaren werd die definitief verslagen bij Waterloo. Hoewel dat natuurlijk niet alleen aan de Duitsers of aan het sporten lag, had Jahn rond die tijd wel veel aanzien en was hij in staat om via een boek (Die Deutsche Turnkunst) zijn ideeën verder te verspreiden. Hij richt zich hierbij vooral op de opvoeding van kinderen en jonge volwassenen.

Opvolger van Jahn, Adolf Spiesz

Één van die kinderen was Adolf Spiesz (1810-1858). Spiesz werd opgevoed volgens de ideeën van Jahn en was aanvankelijk een groot bewonderaar van hem. Net als Jahn werd hij onderwijzer en legde hij zich toe op de sportieve ontwikkeling van jongeren. Ondanks zijn bewondering voor Jahn kwam hij toch met een aantal aanpassingen op diens systeem. In de eerste plaats was het volgens hem noodzakelijk om met de meest eenvoudige bewegingen te beginnen, zonder apparaten. Hij probeerde op een wetenschappelijke manier alle mogelijke bewegingen van het menselijke lichaam vast te leggen en te kijken hoe die het beste op een eenvoudige manier konden worden gedaan. Dit noemde hij de Frei-übungen (vrije oefeningen). In de tweede plaats probeerde hij meer orde en discipline in de sport te brengen. Hiervoor ontwikkelde hij de Gemeinübungen, waarbij alle mensen in een groep tegelijkertijd dezelfde oefening moesten doen, onder toezicht van een leraar. De overige oefeningen plaatste hij onder de noemer Turnübungen.

Door zijn wetenschappelijke en ordelijke aanpak viel Spiesz meer in de smaak bij de Duitse autoriteiten dan Jahn. Hij slaagde in wat Jahn mislukt was: gymnastiek ingevoerd te krijgen als vast vak op alle scholen. Hij mocht daar zelf mee beginnen in het Groothertogdom Hessen in 1848. Dat was zo’n succes dat de andere Duitse staten snel volgden. En later meer landen. Jahn en Spiesz worden in Duitsland nog steeds geëerd voor hun bijdrage aan de sport.

Johan Caspers

Johan Caspers is historicus en schrijft columns over hoe (kracht)sport in de loop van de geschiedenis bedreven werd en wat we daarvan kunnen leren.