Krachttraining.net belicht graag uiteenlopende sporten. Met trots presenteren wij een interview met Frank Schreve, fervent en onder de bergsportleden, bekend bergklimmer. Frank heeft ondertussen al vele expedities op zijn naam staan. Een kleine greep uit het totaal. Hij was al op jonge leeftijd begonnen en in zijn studententijd was hij deelnemer aan de eerste Nederlandse expeditie naar de Kaukasus in de voormalige Sovjet Unie (1967), waar onder andere de Elbroes werd beklommen (hoogste berg van Europa). In Afrika beklommen hij en zijn maten de één na hoogste berg op het continent, Mount Kenia, welke bekend staat als een technisch lastige berg. Ook heeft hij de Cancaraca bedwongen in het Andes gebergte in Peru (1972), zij waren hier de eerste klimmers ooit. Daarnaast heeft Frank gedurende 60 jaar geklommen in het Alpengebied en was ook vaak te vinden in de Yosemite in Amerika (het zogenaamde graniet paradijs van de wereld).
Frank is ondertussen 68 jaar oud, maar klimt nog steeds regelmatig. We leggen Frank graag een paar vragen voor in het kader van training en bergsport.

1. Welke expeditie is je het beste bijgebleven?
Dat is vooral de expeditie naar de Kaukasus. We waren de eerste Nederlanders die voet mochten zetten op de Ushba, dat was voor Westerlingen nog onbekend terrein. Daarnaast was het ook mijn eerste echte expeditie en dat leverde veel nieuwe indrukken op. Ik heb op die berg veel technische hoogstandjes moeten verrichten, wat me tot op vandaag goed bij is gebleven.

2. Heb je in het kader van de bergsport nog ambities?

Tegenwoordig gaat het mij meer om het genieten van de sport en de bergen. Er zijn geen speciale toppen meer die ik wil bedwingen, daar gaat het niet om. Er zijn in de bergsport oneindig veel mogelijkheden, maar een aantal bergroutes heb ik nog op mijn verlanglijstje staan.

3. Is krachttraining een belangrijk aspect bij bergklimmen?
Bij het bergklimmen is het erg belangrijk zorgvuldig met je krachten om te gaan. Je maakt vaak lange en uitputtende tochten. Een goede voorbereiding is dus essentieel. Bergklimmers komen er naar mijn mening niet onderuit zowel aan duur- als krachttraining te doen.

4. Welke oefeningen ontbreken nooit in de sportschool?
Naast het opbouwen en onderhouden van een uitstekende conditie, zijn een aantal spiergroepen van groot belang voor de bergklimmer. Allereerst zijn dat de buik en rug spieren, zeg maar de core van je lichaam. Deze groepen zorgen voornamelijk voor de ‘totaal’ balans van je lichaam die o zo belangrijk is wanneer je staat te balanceren op een richeltje.
Oefeningen die ik hiervoor doe zijn gevarieerde buikspieroefeningen en vooral onderrugoefeningen.
Daarnaast moeten de biceps en onderarm spieren ook in topconditie zijn. Vaak komt er veel gewicht op één arm te staan en moet je ook veel kracht in je handen kunnen genereren. De oefeningen die ik daarvoor doe in de sportschool zijn standaard biceps oefeningen, de onderhandse hand-roll en de diverse greep- en knijpoefeningen.
Ook de benen train ik apart. Meestal ontbreken de diepe squats niet, met daarnaast mijn persoonlijke favoriet; De oefening waarbij je met een oefenbal in je rug tegen de muur staat en met gewicht in je handen heen en weer veert.
Ten slotte, thuis trok ik me altijd aan vanalles op; Het richeltje boven de deur, muurtjes etc.

5. Je bent nu 68 maar klimt nog steeds op niveau, houd bergklimmen je jong?
Net als sport in het algemeen houdt bergklimmen je zeker vitaal. Bijkomende voordelen van de bergsport zijn natuurlijk de gezonde buitenlucht en het mooie uitzicht. Daarnaast ben ik van mening dat je altijd je verantwoordelijkheid moet blijven nemen en moet blijven participeren in de facetten van het leven. Wel moet ik zeggen dat ik geluk heb gehad nooit een ernstige blessure te hebben opgelopen. Dit in tegenstelling tot sommige klimvrienden van me die helaas vroegtijdig moesten stoppen na een ongelukkige val.

6. Welke nuttige tips heb je voor bergklimmers qua voorbereiding en training?
Wat mij is opgevallen, is dat over het algemeen veel bergklimmers vooral aan duursport doen. Wanneer een bergklimmer al aan krachtsport doet, is dat ook vaak alleen armen en benen. In mijn optiek moet je ook juist je ‘core’ spieren goed trainen. Wat ik zelf deed was 2 à 3x per week krachttraining, afgewisseld met veel klimmen en af en toe hardlopen. Als ik dan ging hardlopen deed ik dat het liefst op trajecten met flinke hoogteverschillen.

7. Wat is het leukste wat je hebt meegemaakt tijdens het beoefenen van je sport?
Algemeen gezegd is het leukste de grote vriendschappen die je overhoudt aan klimmen. Je leert elkaar zo door en door kennen tijdens de tochten en je moet elkaar blindelings kunnen vertrouwen. Zo’n band blijft, ook lang na een expeditie of klim. Mijn beste vrienden zijn toch mijn klimvrienden.
Eén leuk voorval wil ik ook nog wel vermelden. Tijdens één van mijn tochten liep ik op een zogenaamde ‘graat’, een steil stuk rots naar de top met weinig ruimte en steile afgronden aan weerszijden. Daarop stonden een stuk of zeven steenbokken. Aangezien er geen andere route was, besloot ik de bokken maar tegemoet te klimmen en maar te zien wat er zou gebeuren. De vraag was, wie zou er wijken? De bokken lieten me tot op een halve meter naderen, waarna ze toch stilzwijgend voor me aan weerskanten van de graat, in de steile wand, zich bewogen (waar ik nooit zou kunnen staan). Zonder hun medewerking had ik de top niet bereikt en geen andere keuze gehad dan afdalen.

8. Wat was het meest gevaarlijke moment tijdens het klimmen?
Rond mijn 25e ben ik tijdens een afdaling op grote hoogte eens nietsvermoedend op een besneeuwde helling gaan lopen, wat ineens puur ijs bleek te zijn. Ik gleed uit, viel op mijn rug en gleed steeds sneller het hellende vlak af. Ik schoot over de rand en kwam uren later pas bij bewustzijn. Het bleek dat ik een vrije val van ongeveer 100 meter had gemaakt. Alhoewel ik toen van alles had gebroken (waaronder nek en rug) en langs alle kanten bloedde heb ik er wonder boven wonder niks aan overgehouden. Geluk was mijn deel. En ik kon de volgende zomer weer klimmen zonder trauma.

9. Hoe zit het met voeding voor, tijdens en na een expeditie?
Vóór we op expeditie gingen at ik eigenlijk gewoon normaal. Wel meestal biologisch overigens. Tijdens het bergklimmen moet je niet teveel (onnodig) gewicht meedragen. Bergklimmen is toch vooral een duursport. Je moet lange afstanden afleggen en je wilt dan ook zo min mogelijk gewicht meenemen. Dus ook het liefst ‘licht’ voedsel. In de praktijk nemen we vooral veel koolhydraatrijke voeding mee, wat vaak ook makkelijk te bereiden is. Op grote hoogte is voldoende vocht ook van groot belang, je droogt sneller uit door de ijle lucht. Dus we moesten veel water meenemen, alhoewel ik hoog op de berg altijd weinig drink (en eet).
Naarmate een expeditie vorderde en we steeds hoger kwamen kreeg ik ook altijd wel een moment waarop ik moest denken aan een lekkere biefstuk of ander lekker eten.
Na een expeditie was het een kwestie van (langzaam) herstellen.

10. Wat was lichamelijk gezien het verschil vóór en nà een expeditie?
Bergklimmen is een regelrechte uitputtingsslag. Ik verloor altijd veel lichaamsgewicht, wat best kon oplopen tot 10 à 12 procent. Ook vochtverlies was bij mij een grote factor. Maar zeker ook spierverlies, je voelt je toch een stuk zwakker en meer uitgeput dan voor de expeditie.
Nu is het wel zo dat ik vrij snel weer veel gewicht aanzet, maar een volledig herstel kan best een aantal maanden duren.

11. Zijn er voor bergklimmers bepaalde supplementen aan te bevelen?
Zelf heb ik nooit supplementen gebruikt, dat was in het verleden nog veel minder aan de orde. Wel heb ik me er de laatste tijd meer in verdiept en sta niet negatief tegenover sommige supplementen. Ik denk dat een aantal supplementen zeker kunnen helpen in de voorbereidingsfase, hierbij denk ik aan supplementen voor spieropbouw zoals eiwitshakes en creatine in combinatie met krachttraining. Ook denk ik dat het gebruik van deze twee supplementen tijdens een expeditie kunnen helpen bij het op peil houden van de spiermassa.
Ik ben nadrukkelijk geen voorstander van preventieve middelen, bijvoorbeeld tegen hoogteziekte, alleen wanneer er een medische noodzaak is.