Als directeur van het SMC Zaanstad kan van der Horst terugkijken op meer dan 20 jaar ervaring als fitnessconsulent en krachttrainer. Actief in binnen- en buitenland heeft hij zijn sporen reeds ruimschoots verdiend, onder andere in de Verenigde Staten en Zwitserland werkte hij samen met universiteiten en profclubs. Inmiddels directeur van het SMC Zaanstad, dat onder andere verantwoordelijk is voor de krachtprogramma’s van topvolleyballers en topkorfballers.

Wie de glazen deuren van het Sport Medisch Centrum Zaanstad openslaat, merkt direct dat hier serieus getraind wordt. Onder de bezielende leiding van directeur en ervaren krachttrainer Ralph van der Horst heeft krachttraining een prominente plaats ingenomen in de trainingsschema’s van verschillende topsporters.

Het motto van SMC Zaanstad luidt dan ook: “trainen met een doel”, zo vertelt van der Horst: “Krachttraining is een essentieel onderdeel in het totale trainingsprogramma van (top)sporters. Wil je de allerbeste worden, dan kun je niet zonder totaaltraining. Krachttraining is daarmee geen doel op zich, maar onderdeel van de totaaltraining.” Hierdoor wordt een verschil duidelijk tussen krachttraining en omvangtraining: “Train je om beter te worden in je sport, en is krachttraining dus een onderdeel van een programma, of train je om er beter uit te zien op het strand?”

Het trainingsprogramma wordt door het SMC in overleg met trainers en spelers opgesteld: “We werken periodiek toe naar het doel, waarbij krachttraining wordt ingepast binnen het programma van de sporters. Daarbij kijken we niet alleen naar trainingen, maar vooral ook naar rustpunten en ook voeding. De arbeid – rust verhouding is cruciaal voor het succes van het trainingsprogramma.” Maar volgens van der Horst is krachttraining meer dan zomaar aan de gewichten trekken: “Je training moet vooruitgang hebben. Iedere training moet je tegen het maximale aanzitten om je spieren te blijven prikkelen. Loop je je hele leven 5 kilometer, dan blijf je ook op dat niveau. Maar als je grenzen verlegt en blijft afwisselen zul je constant verbeteren.”

“Neem bijvoorbeeld de korfballers van KZ,” vervolgt van der Horst. “Zij zijn de eersten die serieus aan de slag zijn gegaan met explosieve krachttraining. Het taboe dat krachttraining voor korfballers niet geschikt zou zijn werd verbroken, en binnen no-time settelde KZ zich in de top van korfballend Nederland.” Volgens van der Horst geven de korfballers hiermee een goed voorbeeld: “Vergeleken bij voetballers is KZ enorm vooruitstrevend. In het veel conservatievere voetbal is krachttraining nog heel vaak not done. Toen Mario Been begon bij Feyenoord, en hem werd gevraagd of ze weer het krachthonk ingingen, was zijn reactie dat er eerst maar eens met een bal moest worden getraind.” En of dit verstandig is, valt zeer te betwijfelen: “Juist door specifieke krachttraining kun je zoveel sterker worden. Op dit moment traint het talententeam Zaanstad erg intensief bij ons. Deze volleybalsters tussen de 14 en 17 jaar spelen in de seniorenafdeling en staan daar bovenaan. Als je ziet hoe die meisjes verbeterd zijn door krachttraining, dat is ongelooflijk. De krachttraining is een cruciaal onderdeel van dit succes!”

Want het stigma dat krachttraining niet geschikt is voor jongeren, is onzin aldus van der Horst. “Opgroeiende kinderen kunnen prima krachttraining doen. Door de trainingen verbetert de botaangroei, en krijg je minder snel blessures. Het is echter ontzettend belangrijk om een verantwoord programma te draaien, waarbij rekening wordt gehouden met de totale intensiviteit.” De verhalen dat krachttraining onnatuurlijk zou zijn voor het lichaam, raken dan ook kant nog wal: “Het lichaam bepaalt zelf de grens. De talentvolle volleybalsters gaan niet hoger springen dan het lichaam aankan, daarnaast ontwikkelen enkels en andere gewrichten zich mee, zodat de hardere klappen van het hoge springen beter worden opgevangen.”

De visie op het belang van voeding van Van der Horst is duidelijk: “Voeding is een ontzettend belangrijk onderdeel van krachttraining. Je hebt een energiebron nodig om activiteit te ontplooien. Eiwitten en vitaminen zijn daarbij onontbeerlijk. Door krachttraining breek je dingen af, dit moet worden aangevuld door voeding. Ik zie maar al te vaak dat Nederlandse topsporters niet goed eten. Als je slaap, rust en dus ook voeding niet goed integreert in je trainingsprogramma, ben je niet goed bezig.”

Dit alles past in de heldere visie van Van der Horst. Krachttraining moet worden gezien als een onderdeel van een programma. Dat trainingsprogramma dient zorgvuldig te worden samengesteld. “Of je nu boogschutter, kanovaarder, korfballer of voetballer bent, iedereen kan winnen door krachttraining op de juiste manier in te passen in het trainingsprogramma.”