Volgens de overlevering is de stad Rome gesticht in de ochtend van 21 april in het jaar 753 voor Christus door Romulus gesticht. Hij had een teken van de goden gekregen (er vlogen twaalf gieren over) en daaraan ontleende hij het recht om de stad te stichten aan de oever van de Tiber, tussen zeven heuvels in. Hoewel een groot deel van dit verhaal natuurlijk een mythe is, hebben opgravingen aangetoond dat er in de achtste eeuw voor Christus inderdaad nederzettingen zijn ontstaan op de heuvels Palatijn en Esquilijn.

Groter maakt niet gezonder

Rome historieRome begon als een klein boeren gehucht, maar door een agressieve veroveringspolitiek werd het gebied  dat de Romeinen beheersten steeds groter. In het jaar nul bereiken ze het toppunt van hun macht en hadden ze het complete Middellandse Zeegebied veroverd. Dat wisten ze ruim twee eeuwen lang vast te houden, daarna raakte het rijk weer in verval. De stad Rome zelf maakte een al even indrukwekkende groei door en werd de eerste stad in de geschiedenis der mensheid met meer dan een miljoen inwoners. De keerzijde van de medaille was dat Rome daarmee ook te maken kreeg een aantal typisch grootstedelijke gezondheidsproblemen.

Rome in het jaar nul was geen gezonde stad. In de eerste plaats was het voedsel slecht. De Romeinse overheid zorgde voor een continue toevoer van graan. Hiermee werd voorkomen dat de bevolking stierf van de honger, maar voor een gezond dieet zijn meer dingen nodig. Groente was schaars en vlees was voor de gewone man al helemaal onbetaalbaar. In de tweede plaats waren er de hygiëne. Het is niet moeilijk voor te stellen dat de lucht slecht is in een stad met een miljoen inwoners, een in de zomer bijna tropisch klimaat en een zeer primitieve riolering. En in de derde plaats was er ook een bewegingsprobleem. Eigenlijk was dat een soort luxe probleem, omdat het goed ging met de stad hoefden een hoop Romeinen geen zware lichamelijke arbeid meer te verrichten en bewogen te weinig.

Diëtiek, de leer van het gezonde leven

Hoe blijf ik gezond in een grote stad? Dat was dus een belangrijke vraag voor de bevolking van Rome, en een vraag die ook voor de moderne mens relevant is. Helaas had het overgrote deel van de Romeinse bevolking niet de tijd of het geld om zich bezig te kunnen houden met deze vraag. De elite van de stad kon dat wel en heeft er serieus werk van gemaakt. De leer die zich hiermee bezig hield was de diëtiek. De diëtiek in het oude Rome was erop gericht de mens gezond te maken door middel van een gezonde levenswijzen. Het was dus een veel breder begrip dat dat het nu is, het hield zich bezig met meer dan eten alleen. Ook stond het in veel hoger aanzien, het vormde één derde van de officiële Romeinse geneeskunst. De andere twee takken waren respectievelijk  de farmacie (die de mens gezond moest maken door middel van kruiden en drankjes) en de chirurgie (die de mens gezond moest maken door middel van de hand en gereedschap).

De belangrijkste omschrijving van de diëtiek is gegeven door Aulus Cornelius Celsus. Celsus heeft in de eerste eeuw na Christus alle medische kennis van dat moment samengebracht in De Medicina, een werk dat tot ver in de Middeleeuwen toonaangevend was in de geneeskunde. Uiteraard komt ook de diëtiek uitgebreid aan bod. Hier een citaat daarover (vrij vertaald uit het Latijn:)

Wanneer de dagelijkse huishoudelijke of burgerlijke plichten in acht zijn genomen, moet men ook wat tijd vrijhouden voor de verpleging van het lichaam. De eerste lichamelijke verplichting is actieve lichaamsbeweging, die altijd voor het eten moet plaatsvinden; bij hen, die weinig gearbeid en veel verteerd hebben, moet ze sterk zijn, bij hen, die vermoeit zijn en weinig goed verteerd hebben,  moet ze verslappen. Voordelig trainen van het lichaam houd lezen, vechten, balsporten, hardlopen en wandelen in; en dat laatste is aangenamer op een niet vlakke ondergrond, maar juist bij stijgingen en afdalingen met een sterke afwisseling aangezien het lichaam dan beter beweegt, indien het niet zeer zwak is: beter is het om te wandelen onder de vrije hemel dan onder een overdekte zuilen galerij, en als het hoofd het verdraagt, is het beter om in de zon dan in de schaduw, aangezien muren en bomen werken als een dak, beter is het een wandeling rechtlijnig als in krommingen. Het doel van zo’n lichamelijke oefening moet het zweet of in ieder geval lichamelijke vermoeidheid zijn.

Celsus pleit voor een actieve en afwisselende levenswijzen. Er moet veel gesport worden, maar zo afwisselend mogelijk. Wandelen, hardlopen, vechten, balsporten. In andere delen van zijn boek noemt hij ook nog zwemmen, paardrijden, atletiek. Bovendien moet de jeugd een militaire training krijgen. Dit werd ook vaak in de praktijk gebracht. Op het Marsveld aan de rand van Rome werden vaak exercities gehouden, vooral als er een veldtocht werd voorbereid. Wat verder opvalt is dat hij het gezond vindt om veel buiten te doen en dan nog het liefste in de zon. Indien mogelijk zou ieder persoon ook een deel van zijn tijd in de stad, een deel op het platteland en een deel aan de kust moeten doorbrengen. Ook baden is heel belangrijk voor een gezond lichaam, en dan vooral als het water afwisselend warm en koud is. Dit aspect van de dietiek is goed terug te vinden in het oude Rome, er waren veel badhuizen, de zogenaamde thermen. In de eerste eeuw waren deze nog vooral voor de elite, pas in de derde eeuw zouden de keizers Caracalla en Diocletianus enorme publieke thermen bouwen waar ook de gewone Romein gebruik van kon maken. Dit was een belangrijke verbetering voor de hygiëne in Rome en het zou na de val van het Romeinse rijk nog eeuwen duren voordat de gewone man weer toegang had tot dit soort voorzieningen. Tot slot vindt Celsus het ook erg belangrijk om voldoende te rusten en niet te overdrijven met je sport. Hij veroordeeld met name de Griekse Atletiek, die ook af en toe in Rome opdook.

De haatliefde verhouding tussen de stad Rome en de Griekse sport

Aan het begin van onze jaartelling waren de oude Grieken al over hun hoogte punt heen, het land werd volledig voorbij gestreefd door de Romeinen. Staatkundig hadden de Romeinen ook weinig respect voor de Grieken, maar cultureel lag dat anders. De Romeinen waren erg onder de indruk van de Griekse filosofie, literatuur, beeldhouw kunst en architectuur. Over de Griekse sport waren de Romeinen echter verdeeld. Bij de oude Grieken nam sport een veel belangrijke plaats in dan bij de Romeinen. De Grieken deden zoveel mogelijk aan sport en sport wedstrijden zoals de Olympische Spelen waren de belangrijkste evenementen in de samenleving. Dit maakte grote indruk op bepaalde Romeinen. Zowel keizer Augustus als keizer Nero hebben Griekse atleten naar Rome gehaald om voor het volk op te treden in de arena en geprobeerd ook voor de Romeinen grote atletiek wedstrijden te organiseren. Dat is echter nooit goed aangeslagen.

De belangrijkste argumenten tegen de Griekse sport waren dat het niet functioneel en on-Romeins was. De Grieken zouden te lang trainen, het ging ten kosten van het normale werk. Bovendien was er geen duidelijk doel. Zoals we gezien hebben was het voor de Romeinen goed om veel te trainen voor bijvoorbeeld het leger of om gezond te blijven. Maar zomaar veel trainen om er alleen maar goed uit te zien ging ze te ver, dat was veel te ijdel. Die indruk werd nog eens versterkt door de Griekse  gewoonten om naakt te sporten en hun lichaam in te smeren met olie. De Romeinen vonden dit verwijfd en homofiel. Op dit gebied  waren de Romeinen een stuk preutser dan de Grieken. De Griekse sport kreeg dan ook ongezouten kritiek, bijvoorbeeld van de schrijver Seneca de oudere:

Het is belachelijk en behoorlijk ongepast voor een beschaafd mens om al zijn tijd te wijden aan het kweken van uitpuilende spieren, een dikke nek en machtige longen. Aan een dergelijke levenswijze zitten alleen maar schaduwkanten, zoals de lange trainingsuren die iemand volledig uitputten en hem weghouden van nuttige zelfstudie. De grote hoeveelheden voedsel die atleten gedwongen worden te eten, maken hen dom en onwetend. Ze moeten zich onderwerpen aan trainers van de laagste soort van wie de geestelijke vermogens de boksring niet overstijgen en die hun pupillen alleen laten zweten en hen constant uithongeren…Drank en zweten- je kan net zo goed malaria hebben!

Brood en Spelen

De boodschap van Seneca was duidelijk, het was voor de echte Romein ongepast om je leven aan sport te wijden. Toch had je in Rome een bonte verzameling beroepssporters. Dit waren voornamelijk mensen van buitenlandse afkomst of slaven. Ze stonden in laag aanzien en hadden eigenlijk maar één taak, het volk vermaken. De bovengenoemde Griekse Atleten zijn hier een voorbeeld van. Erg succesvol waren ze niet in hun taak. De bevolking van Rome hield duidelijk meer van spektakel dan van sport.

Populair waren vooral de Gladiatoren gevechten. Dankzij Hollywood is dit waar de meeste mensen aan denken bij sport in het oude Rome. Gladiatoren gevechten begonnen als een begrafenis ritueel bij de dood van belangrijke personen. Door een gevecht op leven en dood te houden, zou de persoon voor wie het gevecht gehouden werd in het hiernamaals gesterkt worden door het vergoten bloed. Deze oude traditie werd echter omgevormd tot een vorm van vermaak van een ongekend bloedige omvang. In speciaal daarvoor opgerichte school, een Ludus werden gladiatoren opgeleid om elkaar te bevechten. De trainingen in een Ludus bestonden waarschijnlijk voornamelijk uit vechtoefeningen en het kweken van meer spierkracht en uithouding met behulp van zware stenen en balken.

Rome had in het jaar nul vier Ludi met in het totaal twee duizend gladiatoren, op een enkele uitzondering na allemaal slaven. Toch vormden de gladiatoren vaak een minderheid in de arena. Ze waren simpel weg te duur. Niet dat ze betaald kregen, maar het koste een hele hoop geld en tijd om ze op te leiden en te onderhouden. De opleiding duurde minimaal enkele maanden en alleen al het vele vlees dat ze moesten eten maakten ze duur. Daarom werd er vaak goedkopere alternatieven gebruikt, met name krijgsgevangenen.

Julius Caesar, om een voorbeeld te noemen, liet in het jaar 44 voor Christus een aantal gevechten houden ter ere van zijn vader (die toen al twintig jaar dood was). Hierbij was een gevecht tussen 320 paar professionele Gladiatoren, alle voorzien van een zilveren wapenuitrusting. Op deze manier liet Caesar zijn rijkdom zien. Wat echter de meeste aandacht trok was een gevecht waarbij een veldslag werd ‘nagebootst’ tussen twee groepen krijgsgevangenen. Beide groepen bestonden uit twee duizend man voet soldaten, twee honderd ruiters en twintig olifanten. Ze moesten net zo lang vechten totdat één partij helemaal dood was. Dat leverde een ongekend spektakel op met duizenden doden op één dag. Latere keizers zouden dit nog proberen te overtreffen, wat ze in ieder geval qua aantal doden ook wel lukten. Het volk van Rome vond het prachtig. Maar sport kan je het niet noemen.

Andere belangrijke ontwikkelingen en wetenswaardigheden op gebied van sport door de geschiedenis heen:

Johan Caspers

Johan Caspers is historicus en schrijft columns over hoe (kracht)sport in de loop van de geschiedenis bedreven werd en wat we daarvan kunnen leren.